Het essay is met vreugdevolle liefde geschreven, in alle redelijkheid en recht uit het hart. Het is een warme aanmoediging om het leven en de dood als één geheel te zien. Als zogeheten twee handen op één buik. Het leven en de dood als een cyclus van ontstaan en eindigen te zien als verwondering. Of zachter uitgedrukt: het beëindigen wat is ontstaan. Dood gaan hoeft niet perse een drama te zijn, hoe ontzettend erg afscheid van geliefden nemen ook is. Het mag gewoon geen tergende tragedie zijn, want het leven - micro-macro - toont ons in het dagelijkse leven voortdurend ontelbare metaforen aan van leven en dood. Het is de voortdurende weg van de bron naar de zee, van het oplaaiende leven op aarde en het uitdoven ervan. Wanneer straks de oerknal is ontmaskerd, zullen we de opperbouwmeester van het heelal kennen. Maar zelfs die ongelooflijke ontdekking zal het aardse concept van de natuur op aarde, fauna en flora ad infinitum, nooit veranderen, want de natuur is de natuur en mensen zijn daar onlosmakelijk deelgenoot van. Neem een willekeurige bloem, een witte roos. Van een zaadje opgegroeid tot een toverachtige flora fee vol krachtige schoonheid met geuren en kleuren. Om na een tijdje zonder protest te verwelken. Van groeien over weelderig bloeien tot nederig verflensen. Net zoals het heelal. Voor zover Stephen Hawking weet, is die kosmos ontstaan door de oerknal. De geniale Hubble zoekt nu de lichtende weg terug naar de ultieme bron van die hypothetische superknal als mogelijke ontstaans-anomalie. Heel waarschijnlijk zal de uitkomst van de zoektocht eenvoudig zijn. Zo simpel als Einstein ooit dromend bedacht dat E = MC2. Dit essay moet het dramagehalte van de dood verlagen. Aanvaardbaar maken. Troostbaar. Het leed dat mensen die ermee te maken hebben, verzachten. De smart relativeren. Het verdriet de best mogelijke memento mori aanreiken. Gewoon omdat iedereen vroeg of laat, door ziekte of door ouderdom, plots of aangekondigd, op een dag of op een nacht... het kritische punt van onomkeerbaarheid zal bereiken. We kunnen nooit zeggen dat we het niet geweten hebben. De dood is zo menselijk als het leven zelf: menselijk al te menselijk! Het essay is mijn persoonlijke getuigenis van een beleden rampspoed in 2016. Ik wil mijn jammerlijke belijdenis graag met de lezer delen. Niet als proza zondermeer, maar als vrijblijvende troost en steun voor als het fatum ooit langskomt. Kortbij of iets verder weg. Maar zonder meer ooit en altijd! Nolens volens. En daarom is dit essay misschien geen essay, maar wel een manifest van het leven. Ik wens je tijdens het lezen een verwonderende leestijd toe, Leopold Laarmans